Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
20 december 2016.
Hoge Raad
Deze zaak betreft het cassatieberoep van een verdachte in een strafzaak over een gijzeling bij de NOS. Het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden werd aangevochten, waarbij de verdediging onder meer een beroep deed op matiging van de straf vanwege media-aandacht en het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer zoals beschermd door artikel 8 EVRM Pro.
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie beoordeeld en geconcludeerd dat de middelen niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering was geen nadere motivering vereist, omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Advocaat-Generaal had ook geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad heeft het beroep derhalve verworpen en het arrest van het gerechtshof bekrachtigd. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren in aanwezigheid van de griffier tijdens een openbare terechtzitting op 20 december 2016.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof bekrachtigd.