Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het tweede middel
3.Beoordeling van de middelen voor het overige
4.Slotsom
5.Beslissing
20 december 2016.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van betrokkene tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel werd bevolen. Betrokkene was in de hoofdzaak veroordeeld voor medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet en diefstal.
Het hof had het wederrechtelijk verkregen voordeel berekend op € 25.345,86, gebaseerd op een hennepkwekerij met 330 planten, en dit bedrag volledig aan betrokkene toegerekend. Betrokkene had echter verklaard dat hij niet in de opbrengsten had gedeeld en dat de kwekerij door anderen was ingericht.
De Hoge Raad stelt dat hoewel medeplegen toerekening van het gehele voordeel mogelijk maakt, bij aanwijzingen dat het voordeel over meerdere daders verdeeld moet worden, een nadere motivering vereist is. Het hof heeft dit nagelaten, waardoor het oordeel niet begrijpelijk is.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en wijst de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor hernieuwde berechting en afdoening van het beroep op basis van de bestaande stukken.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting wegens onvoldoende motivering van de toerekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel.