Uitspraak
1.Geding in cassatie
De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de betrokkene in het beroep.
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
20 december 2016.
Hoge Raad
Betrokkene heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam inzake een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Echter, betrokkene heeft niet binnen de wettelijk gestelde termijn door een raadsman een schriftuur met middelen van cassatie ingediend.
De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van betrokkene. De Hoge Raad toetst de ontvankelijkheid van het beroep en constateert dat door het niet indienen van middelen binnen de termijn het vereiste voorschrift van artikel 437, tweede lid, in verbinding met artikel 511h van het Wetboek van Strafvordering niet is nageleefd.
Daarom verklaart de Hoge Raad betrokkene niet-ontvankelijk in het beroep. Dit arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren en uitgesproken in een openbare terechtzitting op 20 december 2016.
Uitkomst: Betrokkene is niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het niet indienen van middelen van cassatie binnen de wettelijke termijn.