Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
20 december 2016.
Hoge Raad
Klaagster stelde cassatieberoep in tegen een beschikking van de Rechtbank Oost-Brabant die haar klaagschrift op grond van art. 552a Sv ongegrond verklaarde. Het klaagschrift betrof de teruggave van een personenauto die in het kader van een Belgisch rechtshulpverzoek was inbeslaggenomen.
De rechtbank oordeelde dat het belang van de strafvordering zich tegen teruggave verzette, mede omdat klaagster onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij rechthebbende van de auto was. Tevens verleende de rechtbank op grond van art. 552p Sv verlof om het inbeslaggenomen voertuig ter beschikking te stellen van de Belgische autoriteiten.
Omdat tegen deze beschikking geen cassatieberoep was ingesteld en klaagster in haar schriftuur geen klachten had geformuleerd over het verleende verlof, werd dit verlof als onherroepelijk beschouwd. Hierdoor had klaagster geen belang meer bij haar cassatieberoep tegen de beschikking op haar klaagschrift, en werd zij niet-ontvankelijk verklaard door de Hoge Raad.
Uitkomst: Klaagster wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar cassatieberoep wegens het onherroepelijk geworden verlof tot inbeslagname.