ECLI:NL:HR:2016:2926

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 december 2016
Publicatiedatum
20 december 2016
Zaaknummer
15/04644
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 552a SvArt. 134 Sv
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring klaagster in cassatieberoep wegens teruggegeven beslagen goederen

Klaagster heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een beschikking van de Rechtbank Midden-Nederland inzake een klaagschrift op grond van art. 552a Sv. De rechtbank had klaagster niet-ontvankelijk verklaard voor zover de goederen waarop het beklag betrekking had reeds waren teruggegeven, en het beklag voor het overige ongegrond verklaard.

De Hoge Raad beoordeelt de ontvankelijkheid van het cassatieberoep en overweegt dat de rechtbank aannemelijk heeft gemaakt dat de goederen waarop geen conservatoir beslag rust, niet langer onder beslag liggen en reeds zijn teruggegeven. Dit oordeel is niet onbegrijpelijk gelet op de feiten en omstandigheden en het ontbreken van een nadere toelichting van klaagster of haar raadsman.

Gelet op art. 134, tweede lid, Sv, kan klaagster niet worden ontvangen in haar cassatieberoep voor zover het betrekking heeft op de teruggegeven goederen. De Hoge Raad verklaart daarom het cassatieberoep niet-ontvankelijk.

De beschikking is gegeven door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad en uitgesproken in openbare terechtzitting op 20 december 2016.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart klaagster niet-ontvankelijk in het cassatieberoep wegens teruggegeven goederen.

Uitspraak

20 december 2016
Strafkamer
nr. S 15/04644 B
IV/AJ
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht, van 8 september 2015, nummer RK 15/424, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:
[klaagster], geboren op [geboortedatum] 1974.

1.De bestreden beschikking

De Rechtbank heeft de klaagster niet-ontvankelijk verklaard in haar beklag "voor zover de goederen reeds zijn teruggegeven" en het beklag voor het overige ongegrond verklaard.

2.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze heeft E.H. Bokhorst, advocaat te Veenendaal, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal W.H. Vellinga heeft geconcludeerd dat de klaagster niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het beroep.

3.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

3.1.
Het middel komt op tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beklag.
3.2.
De bestreden beschikking houdt, voor zover van belang, het volgende in:
"De rechtbank overweegt dat de officier van justitie ter zitting op 24 juni 2015 heeft aangegeven dat alle goederen, behalve de goederen waarop conservatoir beslag is gelegd (nummers 2, 5, 11, 28, 29, 30 en 40), reeds waren terug gegeven of konden worden terug gegeven.
[betrokkene 1] heeft vervolgens ter zitting op 25 augustus 2015 verklaard dat klaagster na de zitting van 24 juni 2015 diverse goederen heeft terug gekregen, waaronder telefoons. Gegeven de verklaring van [betrokkene 1] en gegeven het feit dat een toelichting van klaagster of haar raadsman ontbreekt, gaat de rechtbank er van uit dat de goederen waarop geen conservatoir beslag rust, niet langer onder beslag liggen en reeds zijn terug gegeven. De rechtbank verklaart het klaagschrift voor dat deel niet-ontvankelijk."
3.3.
De Rechtbank heeft overwogen dat ervan wordt uitgegaan dat de goederen waarop geen conservatoir beslag rust, niet langer onder beslag liggen en reeds zijn teruggegeven. Dat oordeel is in het licht van de in de overwegingen van de Rechtbank weergegeven feiten en omstandigheden niet onbegrijpelijk. Daarvan uitgaande heeft de Rechtbank, gelet op art. 134, tweede lid, Sv, de klaagster terecht niet-ontvankelijk verklaard in haar beklag voor zover dat betrekking heeft op bedoelde goederen. Dat brengt mee dat de klaagster niet kan worden ontvangen in haar cassatieberoep.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart de klaagster niet-ontvankelijk in het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
20 december 2016.