ECLI:NL:HR:2016:2936

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 december 2016
Publicatiedatum
21 december 2016
Zaaknummer
16/04944
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 6:6 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk inzake reclamebelasting gemeente Hellendoorn

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hellendoorn heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden over een aanslag in de reclamebelasting voor het jaar 2014.

Het beroepschrift voldeed niet aan de vereisten van artikel 6:5, lid 1, letter d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat de gronden van het beroep ontbraken. De griffier van de Hoge Raad heeft het college per aangetekende brief in de gelegenheid gesteld dit verzuim te herstellen, maar het college heeft hiervan geen gebruik gemaakt.

Daarom heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 6:6 Awb Pro. De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om het college te veroordelen in de proceskosten. Het arrest is op 23 december 2016 in het openbaar gewezen door de raadsheren Schaap, Groeneveld en Wortel.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van de gronden van het beroep.

Uitspraak

23 december 2016
nr. 16/04944
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hellendoorn(hierna: het College) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Arnhem-Leeuwardenvan 30 augustus 2016, nr. 15/00702, betreffende een aan
[X] B.V.te
[Z]voor het jaar 2014 opgelegde aanslag in de reclamebelasting van de gemeente Hellendoorn.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

Het beroepschrift in cassatie bevat, hoewel artikel 6:5, lid 1, letter d, Awb dit vereist, niet de gronden van het beroep.
Bij aangetekende brief van 12 oktober 2016, die volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL is afgeleverd op het door het College opgegeven postbusadres, heeft de griffier van de Hoge Raad het College in de gelegenheid gesteld dat verzuim te herstellen. Het College heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt.
Nu herstel van het verzuim niet heeft plaatsgevonden, zal de Hoge Raad met toepassing van het bepaalde in artikel 6:6 Awb Pro het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk verklaren.

2.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 23 december 2016.
Van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hellendoorn wordt een griffierecht geheven van € 503.