ECLI:NL:HR:2016:2950

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 december 2016
Publicatiedatum
21 december 2016
Zaaknummer
16/04632
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:119 AwbArt. 80a Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijk verklaring van verzoek tot herziening arrest Hoge Raad

De Hoge Raad heeft op 23 december 2016 uitspraak gedaan over het verzoek tot herziening van het arrest van 10 juni 2016 (ECLI:NL:HR:2016:1164). Het verzoek werd ingediend door belanghebbende en betrof een herziening op grond van artikel 8:119, lid 1, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

De Hoge Raad heeft het verzoek beoordeeld op ontvankelijkheid en geoordeeld dat het verzoek geen behandeling in cassatie rechtvaardigt. Dit omdat het verzoekschrift geen nieuwe feiten of omstandigheden bevat die herziening van het eerder gewezen arrest kunnen rechtvaardigen. Hierdoor kan het verzoek niet tot cassatie leiden.

Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na overleg met de Procureur-Generaal heeft de Hoge Raad het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk verklaard. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier en in het openbaar.

Uitkomst: Het verzoek tot herziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan nieuwe feiten of omstandigheden.

Uitspraak

23 december 2016
nr. 16/04632
Arrest
gewezen op het verzoek van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tot herziening van het arrest van de
Hoge Raad der Nederlandenvan 10 juni 2016, nr. 16/01016, ECLI:NL:HR:2016:1164.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het verzoek tot herziening

De Hoge Raad is van oordeel dat het ingediende verzoek geen behandeling in cassatie rechtvaardigt omdat het klaarblijkelijk niet tot herziening van voormeld arrest en derhalve niet tot cassatie kan leiden, aangezien het verzoekschrift geen feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:119, lid 1, van de Awb behelst.
De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur‑Generaal – het verzoek niet-ontvankelijk verklaren.

2.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het verzoek tot herziening niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 23 december 2016.