Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het vijfde middel
3.Beoordeling van de overige middelen
4.Slotsom
23 februari 2016.
Hoge Raad
De verdachte stelde beroep in cassatie in tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De Advocaat-Generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, met vermindering van de straf, en verwerping van het beroep voor het overige.
Het vijfde middel klaagde over overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM, omdat de stukken te laat door het Hof waren ingezonden. De Hoge Raad achtte dit middel gegrond en stelde vast dat meer dan zestien maanden waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep, wat de redelijke termijn overschreed.
De Hoge Raad vernietigde het bestreden arrest uitsluitend voor wat betreft de duur van de straf en verminderde de gevangenisstraf van zeven jaar naar zes jaar en acht maanden. De overige middelen werden verworpen omdat zij geen aanleiding gaven tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Uitkomst: De gevangenisstraf werd verminderd van zeven jaar naar zes jaar en acht maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.