Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3. Beslissing
13 december 2016.
hetgeen zij [de raadsvrouw; NvS] in dat verband eerder naar voren heeft gebracht” al dan niet (mede) het op schrift gestelde pleidooi in eerste aanleg betreft.
hetgeen zij [de raadsvrouw; NvS] in dat verband eerder naar voren heeft gebracht” niet evident een verwijzing betreft naar de inhoud van de stukken van het geding, in het bijzonder de pleitnota die in eerste aanleg is voorgedragen. Het zou mogelijk ook kunnen worden opgevat als slechts een verwijzing naar het eerste (mondelinge) pleidooi in hoger beroep, waarvan over de inhoud niets meer in het proces-verbaal is opgenomen dan dat er een integrale vrijspraak is bepleit. Een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt - ten aanzien van het bewijs - is dat niet te noemen. Zulks ligt anders voor het schriftelijke pleidooi in eerste aanleg, waarin - zeker ten aanzien van de betrouwbaar van aangeefster - wel een dergelijk standpunt is ingenomen.
hetgeen zij (...) eerder naar voren heeft gebracht” heeft opgevat als (mede) een verwijzing naar de in eerste aanleg voorgedragen pleitnota, zodat deze beschouwd moet worden in hoger beroep te zijn herhaald.
de verklaring van requirant. voor zover inhoudende dat hij binnenshuis doorgaans een joggingbroek draagt, met daaronder een onderbroek en dat hij soms al een condoom omdoet als hij zijn onderbroek nog aan heeft en voornemens is seks te hebben. Het Hof stelt in dit verband vast dat de verklaring van requirant op dit punt aansluit bij de vermeende waarneming aangeefster dat requirant reeds een condoom omhad voordat hij zijn (onder)broek had uitgedaan.
de verklaring van de getuige [getuige]als steunbewijs gebezigd, houdende een beschrijving van de woning waar de verkrachting zou hebben plaatsgevonden, welke beschrijving overeen zou komen(3) met de beschrijving die de aangeefster van de woning heeft gegeven.