ECLI:NL:HR:2016:47

Hoge Raad

Datum uitspraak
15 januari 2016
Publicatiedatum
14 januari 2016
Zaaknummer
14/05018
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 4:138 BW
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Uitleg testament en toekenning van rente bij fideïcommis de residuo in erfrecht

In deze zaak stond de uitleg van een testament centraal, met name de vraag aan wie de rente toekomt die eerst na het overlijden van de bezwaarde opeisbaar wordt, binnen het kader van een fideïcommis de residuo. De eiseres, als rechtsopvolger onder algemene titel van een betrokkene, had beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam.

De Hoge Raad verwees naar eerdere vonnissen van de rechtbank Amsterdam en het arrest van het gerechtshof, welke aan het arrest gehecht waren. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep, waarop de eiseres reageerde. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering noodzakelijk was, mede gelet op artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Rechtsvordering.

De Hoge Raad verwierp het beroep van de eiseres en veroordeelde haar in de kosten van het geding in cassatie. Hiermee werd het arrest van het gerechtshof bekrachtigd, waarmee de uitleg van het testament en de toekenning van de rente binnen het erfrecht definitief werd vastgesteld.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof wordt bekrachtigd.

Uitspraak

15 januari 2016
Eerste Kamer
14/05018
LZ/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiseres] , als rechtsopvolger onder algemene titel van [betrokkene 1] ,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
EISERES tot cassatie,
advocaten: mr. P.J.L.J. Duijsens en mr. D.Th.J. van der Klei,
t e g e n
STICHTING VRIENDEN VAN SHERPA ,
gevestigd te Utrecht ,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaten: mr. R.L. Bakels en mr. A. van Staden ten Brink.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en Stichting vrienden van Sherpa .

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 495403/HA ZA 11-2201 van de rechtbank Amsterdam van 9 november 2011 en 4 april 2012;
b. het arrest in de zaak 200.114.486/01 van het gerechtshof Amsterdam van 1 juli 2014.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld.
De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Stichting vrienden van Sherpa heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping.
De advocaat van [eiseres] heeft bij brief van 20 november 2015 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Stichting Vrienden van Sherpa begroot op € 6.467,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.V. Polak en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
15 januari 2016.