ECLI:NL:HR:2016:491

Hoge Raad

Datum uitspraak
25 maart 2016
Publicatiedatum
24 maart 2016
Zaaknummer
15/04544
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:6 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet tijdig herstel verzuim

Belanghebbende heeft tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden beroep in cassatie ingesteld inzake een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over het jaar 2012.

Het beroepschrift in cassatie bevatte echter niet de gronden van het beroep, waardoor een verzuim ontstond. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief in de gelegenheid gesteld dit verzuim binnen zes weken te herstellen. Deze termijn eindigde op 18 november 2015.

Belanghebbende heeft het verzuim niet tijdig hersteld; de brief die op 27 november 2015 werd ingediend, werd als te laat ontvangen buiten beschouwing gelaten. Op grond van artikel 6:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

De Hoge Raad achtte geen gronden aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten. Het arrest werd uitgesproken op 25 maart 2016 door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig herstellen van het verzuim.

Uitspraak

25 maart 2016
Nr. 15/04544
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Arnhem-Leeuwardenvan 25 augustus 2015, nr. 14/00971, betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2012 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

Het beroepschrift in cassatie bevat niet de gronden van het beroep.
Bij aangetekende brief van 7 oktober 2015, die volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL is afgehaald op de afhaallocatie, heeft de griffier van de Hoge Raad belanghebbende in de gelegenheid gesteld dat verzuim binnen zes weken na de dagtekening van deze brief te herstellen. Die termijn eindigde op 18 november 2015.
Nu herstel van het verzuim niet tijdig heeft plaatsgevonden – de op 27 november 2015 bij de Hoge Raad ingekomen brief wordt als te laat ingekomen buiten beschouwing gelaten –, zal de Hoge Raad met toepassing van het bepaalde in artikel 6:6 Awb Pro het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren.

2.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 25 maart 2016.