ECLI:NL:HR:2016:496

Hoge Raad

Datum uitspraak
25 maart 2016
Publicatiedatum
24 maart 2016
Zaaknummer
15/05248
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk in zaak Ziektewet

In deze zaak heeft belanghebbende uit Duitsland beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 14 oktober 2015, betreffende een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) op grond van de Ziektewet.

De Hoge Raad heeft de ontvankelijkheid van het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit omdat belanghebbende klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep of omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.

Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na advies van de Procureur-Generaal heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard.

Het arrest is op 25 maart 2016 in het openbaar uitgesproken door de raadsheren C. Schaap (voorzitter), Th. Groeneveld en M.E. van Hilten, in aanwezigheid van de waarnemend griffier F. Treuren.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang of omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.

Uitspraak

25 maart 2016
Nr. 15/05248
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z], Duitsland (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Centrale Raad van Beroepvan 14 oktober 2015, nr. 13/4225 ZW, op het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank Amsterdam (nr. 12/6249) betreffende een besluit van de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ingevolge de Ziektewet.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk verklaren.

2.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en M.E. van Hilten, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 25 maart 2016.