Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inzake het hoger beroep tegen uitspraken van de Rechtbank Gelderland over op aangifte voldane belastingbedragen voor personenauto’s en motorrijwielen.
De Hoge Raad oordeelde dat de middelen I en II slaagden op basis van eerdere overwegingen in een aanverwante zaak (nr. 15/00576). Omdat de Inspecteur de bezwaren niet inhoudelijk had beoordeeld, konden de uitspraken van het Hof, de Rechtbank en de Inspecteur niet in stand blijven.
De Hoge Raad vernietigde daarom deze uitspraken en droeg de Inspecteur op om opnieuw uitspraken te doen op de bezwaarschriften van belanghebbende. Tevens veroordeelde de Hoge Raad de Staatssecretaris en de Inspecteur in proceskosten en legde vergoedingen voor griffierechten en rechtsbijstand op.
Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en vier raadsheren van de Hoge Raad op 15 januari 2016.