Uitspraak
1.De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
2.De aanvraag tot herziening
3.De conclusie van de Advocaat-Generaal
4.Beoordeling van de aanvraag
5.Slotsom
6.Beslissing
5 april 2016.
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelde een aanvraag tot herziening van een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin de aanvrager was veroordeeld voor een overtreding van artikel 8, tweede lid, onderdeel a van de Wegenverkeerswet 1994. De aanvraag tot herziening was gebaseerd op het feit dat sprake was van persoonsverwisseling, waarbij de broer van de aanvrager zich had uitgegeven voor de aanvrager.
De Advocaat-Generaal concludeerde dat de aanvraag gegrond verklaard moest worden. De Hoge Raad oordeelde dat het gegeven van persoonsverwisseling een nieuw feit was dat bij het oorspronkelijke onderzoek niet bekend was en dat, indien dit bekend was geweest, de aanvrager waarschijnlijk vrijgesproken zou zijn.
Op grond hiervan verklaarde de Hoge Raad de aanvraag tot herziening gegrond, schorste zo nodig de tenuitvoerlegging van het eerdere arrest en verwees de zaak naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor hernieuwde berechting en afdoening conform artikel 472, tweede lid, Sv.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de aanvraag tot herziening gegrond wegens persoonsverwisseling en verwijst de zaak terug voor hernieuwde berechting.