ECLI:NL:HR:2016:586

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 april 2016
Publicatiedatum
7 april 2016
Zaaknummer
15/02942
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake navorderingsaanslagen inkomstenbelasting

Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 2 juni 2015, dat de navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over de jaren 2003 en 2004 bevestigde. De zaak betrof een geschil over de belastingschuld die door de Inspecteur was vastgesteld na navordering.

De Hoge Raad ontving de klachten van belanghebbende en het verweerschrift van de Staatssecretaris van Financiën. Na beoordeling concludeerde de Hoge Raad dat de klachten niet tot cassatie konden leiden, omdat zij geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Daarom werd geen inhoudelijke motivering gegeven.

De Hoge Raad wees ook af om proceskosten toe te wijzen aan een van de partijen. Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren en op 8 april 2016 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de navorderingsaanslagen blijven in stand.

Uitspraak

8 april 2016
Nr. 15/02942
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z], Spanje (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Arnhem-Leeuwardenvan 2 juni 2015, nrs. 14/00482 en 14/00483, op het hoger beroep van belanghebbende en het hoger beroep van de Inspecteur tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord‑Nederland (nrs. AWB LEE 10/2658 en 11/465) betreffende de aan belanghebbende over de jaren 2003 en 2004 opgelegde navorderingsaanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

2.Beoordeling van de klachten

De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
4 Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 8 april 2016.