Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen uitspraken van de Rechtbank Gelderland van 23 juni 2015, waarin het verzet tegen belastingaanslagen in de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen werd behandeld.
De Hoge Raad ontving het verweerschrift van de Staatssecretaris van Financiën en heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld. Gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, oordeelde de Hoge Raad dat de klachten niet leiden tot cassatie, omdat zij geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaarde het cassatieberoep ongegrond. Het arrest werd uitgesproken op 15 januari 2016 door raadsheer C. Schaap als voorzitter, met raadsheren Th. Groeneveld en J. Wortel, in aanwezigheid van waarnemend griffier F. Treuren.