ECLI:NL:HR:2016:625

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 april 2016
Publicatiedatum
12 april 2016
Zaaknummer
14/02276
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens ontbreken belang en onbehandelbaarheid klachten

De verdachte heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch inzake een veroordeling voor het bezit van hennep en hasj. Namens de verdachte heeft advocaat R.J. Baumgardt middelen van cassatie voorgesteld. De Advocaat-Generaal concludeerde dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk moet worden verklaard op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie (RO).

De Hoge Raad heeft het beroep beoordeeld en geoordeeld dat de klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit omdat de verdachte klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep en/of omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden. Daarom is het beroep niet-ontvankelijk verklaard.

Het arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien. De uitspraak bevestigt het belang van artikel 80a RO om onnodige cassatieprocedures te voorkomen wanneer het belang of de gronden ontbreken.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende belang en onbehandelbaarheid van de klachten.

Uitspraak

12 april 2016
Strafkamer
nr. S 14/02276
ABO/CB
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 28 februari 2014, nummer 20/003923-11, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk zal worden verklaard.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad zal daarom - gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal - het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
12 april 2016.