ECLI:NL:HR:2016:657

Hoge Raad

Datum uitspraak
15 april 2016
Publicatiedatum
14 april 2016
Zaaknummer
15/05706
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Herziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:119 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart verzoek tot herziening niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht

Belanghebbende heeft een verzoek tot herziening ingediend tegen het arrest van 10 juli 2015. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en een betalingstermijn van vier weken gesteld. Deze betaling is niet voldaan.

Belanghebbende heeft niet tijdig kenbaar gemaakt dat zij voldeed aan het criterium voor betalingsonmacht zoals vereist volgens eerdere jurisprudentie. Na een aanvullende brief van de griffier waarin belanghebbende werd verzocht de redenen voor de termijnoverschrijding toe te lichten, heeft belanghebbende geen voldoende grond aangevoerd.

De Hoge Raad oordeelt daarom dat het verzoek tot herziening op grond van de toepasselijke artikelen van de Algemene wet bestuursrecht niet-ontvankelijk is. Er worden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd. Het arrest is gewezen door de raadsheren C. Schaap, Th. Groeneveld en M.E. van Hilten en in het openbaar uitgesproken op 15 april 2016.

Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van griffierecht.

Uitspraak

15 april 2016
Nr. 15/05706
Arrest
gewezen op het verzoek van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tot herziening van het arrest van de
Hoge Raad der Nederlandenvan 10 juli 2015, nr. 15/00621, ECLI:NL:HR:2015:1860.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het verzoek tot herziening

De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 15 januari 2016, die volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL is afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven adres, gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht ter zake van het verzoek tot herziening en voor de betaling een termijn van vier weken gesteld. Het griffierecht is niet voldaan. Belanghebbende heeft niet voor het einde van de gestelde betalingstermijn aan de griffier kenbaar gemaakt dat zij voldoet aan het criterium voor betalingsonmacht zoals weergegeven in onderdeel 2.3.3 van het arrest van de Hoge Raad van 20 februari 2015, nr. 14/05176, ECLI:NL:HR:2015:354, BNB 2015/197.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij brief van 22 februari 2016 in de gelegenheid gesteld de redenen voor de termijnoverschrijding mee te delen. Hetgeen belanghebbende in haar brief van 13 maart 2016 aanvoert, vormt geen grond voor het oordeel dat belanghebbende niet in verzuim is geweest.
Het verzoek tot herziening moet derhalve op grond van artikel 8:41, lid 6, tweede volzin, in verbinding met artikel 8:119, lid 2, van de Awb niet-ontvankelijk worden verklaard.

2.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en M.E. van Hilten, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 15 april 2016.