ECLI:NL:HR:2016:687

Hoge Raad

Datum uitspraak
19 april 2016
Publicatiedatum
19 april 2016
Zaaknummer
15/02466
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 10.60 lid 2 Wet milieubeheerArt. 2.1 lid 1 Wet algemene bepalingen omgevingsrechtRichtlijn 2008/98/EGVerordening 1069/2009
Verwijzingen
8 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in zaak illegale overbrenging zuiveringsslib

In deze zaak stond de verdachte terecht voor het feitelijk leiding geven aan de illegale overbrenging van zuiveringsslib/bruine eimix, in strijd met artikel 10.60 lid 2 van de Wet milieubeheer en artikel 2.1 lid 1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Het hof Arnhem-Leeuwarden had het oordeel geveld waarbij het beoordelingskader werd gekozen op basis van Richtlijn 2008/98/EG, hetgeen door de verdediging werd bestreden.

De verdediging stelde dat het hof ten onrechte dit beoordelingskader hanteerde in plaats van de Verordening dierlijke bijproducten 1069/2009. De Hoge Raad oordeelde echter dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat de rechtsvragen niet in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling hoefden te worden beantwoord.

De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee het arrest van het hof. De uitspraak werd gedaan door de vice-president van Schendel als voorzitter, samen met raadsheren Splinter-van Kan en van Strien, in aanwezigheid van de waarnemend griffier ten Klooster.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het hof in de zaak over illegale overbrenging van zuiveringsslib.

Uitspraak

19 april 2016
Strafkamer
nr. S 15/02466 E
AKA
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, Economische Kamer, van 13 april 2015, nummer 21/002112-14, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M.J.J.E. Stassen, advocaat te Tilburg, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.J. Machielse heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2. Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
19 april 2016.