Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Beslissing
19 april 2016.
Hoge Raad
Klaagster heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een beschikking van de Rechtbank Overijssel inzake een beslag gelegd op grond van artikel 94 en Pro 94a van het Wetboek van Strafvordering. De Hoge Raad heeft het beroep beoordeeld aan de hand van de ingediende middelen van cassatie en de conclusie van de Advocaat-Generaal.
De middelen van cassatie konden niet leiden tot vernietiging van de beschikking. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde middelen geen aanleiding geven tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Daarom was geen nadere motivering vereist.
De beschikking is gegeven door de vice-president en twee raadsheren in aanwezigheid van de griffier, en het vonnis is uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting. Het beroep is verworpen, waarmee de beslagbeschikking van de rechtbank in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep tegen de beslagbeschikking wordt verworpen.