Uitspraak
wonende te [woonplaats],
zetelende te ’s-Hertogenbosch,
1.Het geding in feitelijke instantie
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
22 april 2016.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
Betrokkene heeft beroep in cassatie ingesteld tegen de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 23 november 2015, waarin een machtiging tot voortgezet verblijf op grond van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (BOPZ) werd bevestigd.
De Hoge Raad verwijst naar de beschikking van de rechtbank voor het geding in feitelijke instantie en neemt kennis van de conclusie van de Advocaat-Generaal die tot verwerping van het beroep strekt. Betrokkene heeft op deze conclusie gereageerd.
De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie en dat nadere motivering niet nodig is omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn.
Daarom wordt het cassatieberoep verworpen en blijft de beschikking van de rechtbank in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de beschikking van de rechtbank blijft in stand.