Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2016:770

Hoge Raad

Datum uitspraak
29 april 2016
Publicatiedatum
29 april 2016
Zaaknummer
16/00027
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing toelatingsverzoek WSNP wegens ontbreken goede trouw en toepassing hardheidsclausule

In deze zaak hebben verzoekers cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, waarin hun toelatingsverzoek tot de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP) was afgewezen. De rechtbank Midden-Nederland had eerder eveneens het verzoek afgewezen. De Advocaat-Generaal had geconcludeerd tot vernietiging en verwijzing, maar de Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden.

De Hoge Raad verwijst naar het arrest van het hof en het vonnis van de rechtbank voor het geding in feitelijke instanties. De klachten van verzoekers betroffen onder meer de beoordeling van hun goede trouw en de toepassing van de hardheidsclausule in het kader van de WSNP. De Hoge Raad stelt dat deze klachten geen aanleiding geven tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Daarom wordt het cassatieberoep verworpen en blijft het arrest van het hof in stand. Het arrest is gewezen door de raadsheren Van Buchem-Spapens, Heisterkamp en Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer De Groot op 29 april 2016.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bevestigd, waardoor het toelatingsverzoek tot de WSNP wordt afgewezen.

Uitspraak

29 april 2016
Eerste Kamer
16/00027
EE/LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [verzoekster 1],
wonende te [woonplaats],
2. [verzoeker 2],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKERS tot cassatie,
advocaat: mr. M. Littooij.
Verzoekers zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoekster 1] en [verzoeker 2].

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak C/16/398530/FT RK 15-1763 van de rechtbank Midden-Nederland van 1 oktober 2015;
b. het arrest in de zaak 200.178.178 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 24 december 2015.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof hebben [verzoekster 1] en [verzoeker 2] beroep in cassatie ingesteld.
Het cassatierekest en het aanvullend cassatierekest zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot vernietiging en verwijzing.
De advocaat van [verzoekster 1] en [verzoeker 2] heeft bij brief van 4 maart 2016 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
29 april 2016.