ECLI:NL:HR:2016:80

Hoge Raad

Datum uitspraak
19 januari 2016
Publicatiedatum
19 januari 2016
Zaaknummer
14/00270
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. IV.3 Procesreglement Strafkamer Hoge Raad 2008
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging arrest wegens ontbrekende pleitnota en nietigheid van hoger beroep

In deze zaak heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie van verdachte behandeld tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag. De kern van het geschil betrof het ontbreken van de pleitnota die door de raadsman in hoger beroep was overgelegd, maar niet was opgenomen in de aan de Hoge Raad toegezonden stukken.

Tijdens de terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman zich verweerd met een pleitnota die volgens het proces-verbaal werd gebruikt, maar deze pleitnota bleek niet meer beschikbaar te zijn. De Hoge Raad heeft nadere informatie ingewonnen bij het hof en vastgesteld dat de pleitnota definitief ontbreekt.

Het ontbreken van deze pleitnota maakt het onmogelijk na te gaan of er verweren of uitdrukkelijke onderbouwde standpunten zijn gevoerd tijdens het hoger beroep. Dit verzuim wordt door de Hoge Raad als dermate ernstig beschouwd dat het leidt tot nietigheid van het onderzoek en de uitspraak.

Daarom heeft de Hoge Raad het bestreden arrest vernietigd en de zaak terugverwezen naar het Gerechtshof Den Haag voor hernieuwde berechting en afdoening van het hoger beroep. De overige middelen behoeven geen bespreking.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens het ontbreken van de pleitnota, en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling.

Uitspraak

19 januari 2016
Strafkamer
nr. S 14/00270
BKL
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 16 december 2013, nummer 22/000706-09, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. B. Kizilocak, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Den Haag, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

2.Beoordeling van het eerste middel

2.1.
Het middel behelst de klacht dat het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep 2 december 2013 en de naar aanleiding daarvan gedane uitspraak nietig zijn, aangezien de door de raadsman bij die gelegenheid aan het Hof overgelegde pleitnota zich niet bij de stukken van het geding bevindt.
2.2.
Blijkens het proces-verbaal van voormelde terechtzitting heeft de raadsman van de verdachte het woord tot verdediging gevoerd. Het proces-verbaal houdt - voor zover voor de beoordeling van het middel van belang - het volgende in:
"De raadsman voert het woord tot verdediging overeenkomstig zijn overgelegde en in het procesdossier gevoegde pleitnota."
2.3.
De in genoemd proces-verbaal vermelde pleitnota ontbreekt bij de aan de Hoge Raad toegezonden stukken. Naar aanleiding van een door de raadsman op de voet van art. IV lid 3 van het Procesreglement Strafkamer Hoge Raad gedaan verzoek is bij het Hof nadere informatie ingewonnen. Op grond van die informatie moet worden aangenomen dat die pleitnota niet meer beschikbaar zal komen.
2.4.
Nu bedoelde pleitnota ontbreekt, valt niet na te gaan of ter terechtzitting verweren zijn gevoerd dan wel of aldaar uitdrukkelijk onderbouwde standpunten naar voren zijn gebracht. Dit verzuim strijdt zozeer met een behoorlijke procesorde dat het, nu het onherstelbaar is, nietigheid van het onderzoek en de naar aanleiding daarvan gedane uitspraak meebrengt.
2.5.
Het middel is gegrond.

3.Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven, de overige middelen geen bespreking behoeven en als volgt moet worden beslist.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Den Haag, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
19 januari 2016.