ECLI:NL:HR:2016:846

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 mei 2016
Publicatiedatum
12 mei 2016
Zaaknummer
16/01854
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 78 lid 4 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie tegen uitspraak College van Beroep voor het bedrijfsleven niet-ontvankelijk

Belanghebbenden, vertegenwoordigd door [X] B.V., hebben beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven. Dit hoger beroep betrof een uitspraak van de accountantskamer. De Hoge Raad heeft beoordeeld of het beroep in cassatie ontvankelijk is.

Volgens artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie kan de Hoge Raad slechts kennisnemen van een beroep in cassatie tegen uitspraken van bestuursrechters indien dit bij wet is bepaald. In deze zaak ontbreekt een wettelijke bepaling die cassatie tegen de uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven toestaat.

Daarom verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Tevens acht de Hoge Raad geen grond aanwezig voor een veroordeling in proceskosten. Het arrest is gewezen door de raadsheren C. Schaap, Th. Groeneveld en M.E. van Hilten en is op 13 mei 2016 openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een wettelijke grondslag.

Uitspraak

13 mei 2016
Nr. 16/01854
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X] B.V.te
[Z](hierna: belanghebbenden) tegen de uitspraak van het
College van Beroep voor het bedrijfslevenvan 17 december 2015, nr. 14/794, op het hoger beroep van belanghebbenden tegen de uitspraak van de accountantskamer van 3 oktober 2014.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

Ingevolge artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie neemt de Hoge Raad enkel kennis van het beroep in cassatie tegen uitspraken van de bestuursrechter voor zover dit bij wet is bepaald. Er is geen wettelijke bepaling die beroep in cassatie openstelt tegen een uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven als de onderhavige. Het beroep in cassatie dient derhalve niet-ontvankelijk te worden verklaard.

2.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en M.E. van Hilten, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 13 mei 2016.