ECLI:NL:HR:2016:962

Hoge Raad

Datum uitspraak
24 mei 2016
Publicatiedatum
25 mei 2016
Zaaknummer
15/03610
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep in doodslagzaak wegens gebrek aan belang

De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag in een strafzaak wegens doodslag. Het beroep is ingesteld door de verdachte, bijgestaan door advocaat G. Spong. De Hoge Raad heeft het beroep inhoudelijk beoordeeld op ontvankelijkheid en de aangevoerde klachten.

De Hoge Raad oordeelt dat de klachten onvoldoende zijn om behandeling in cassatie te rechtvaardigen. Dit komt doordat de partij die het beroep instelde klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep of omdat de klachten evident niet tot cassatie kunnen leiden. In overeenstemming met artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na advies van de Procureur-Generaal wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard.

De uitspraak is gedaan door de Strafkamer van de Hoge Raad op 24 mei 2016. Het arrest is gewezen door vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, samen met raadsheren Y. Buruma en E.S.G.N.A.I. van de Griend. Het beroep wordt formeel afgewezen zonder inhoudelijke behandeling van de zaak.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang en onvoldoende gronden.

Uitspraak

24 mei 2016
Strafkamer
nr. S 15/03610
IF
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 22 juli 2015, nummer 22/001994-14, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft G. Spong, advocaat te Amsterdam, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

3. Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
24 mei 2016.