Uitspraak
[X]te
[Z], Slowakije (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Rechtbank Zeeland-West-Brabantvan 23 december 2016, nr. BRE 16/3603, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank van 8 augustus 2016.
Hoge Raad
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de belanghebbende uit Slowakije beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant van 23 december 2016, waarin het verzet van de belanghebbende tegen een eerdere uitspraak van 8 augustus 2016 werd behandeld.
De Hoge Raad heeft beoordeeld of het beroep in cassatie ontvankelijk is. Uit de beoordeling blijkt dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit is omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep, dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na advies van de Procureur-Generaal heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. Het arrest is op 2 juni 2017 in het openbaar uitgesproken door raadsheren Wortel, Groeneveld en Beukers-van Dooren.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan voldoende belang en omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.