ECLI:NL:HR:2017:1052

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 juni 2017
Publicatiedatum
8 juni 2017
Zaaknummer
17/00886
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 78 lid 4 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 8:54 Algemene wet bestuursrecht
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk tegen uitspraak bestuursrechter over arbeidsongeschiktheidsverzekering

Belanghebbende uit Marokko heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam van 31 januari 2017. Deze uitspraak betrof het verzet tegen een uitspraak op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) met betrekking tot de toepassing van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.

De Hoge Raad heeft beoordeeld of het beroep in cassatie ontvankelijk is. Op grond van artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie kan de Hoge Raad alleen kennisnemen van cassatieberoepen tegen uitspraken van de bestuursrechter indien dit bij wet is toegestaan. In dit geval is er geen wettelijke bepaling die cassatie openstelt tegen uitspraken op verzet zoals hier aan de orde.

Daarom verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Tevens zijn er geen gronden voor proceskostenveroordeling. Het door belanghebbende betaalde griffierecht wordt teruggegeven. Het arrest is gewezen door raadsheren Wortel, Groeneveld en Beukers-van Dooren en op 9 juni 2017 openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een wettelijke cassatiemogelijkheid.

Uitspraak

9 juni 2017
Nr. 17/00886
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z], Marokko (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Rechtbank Amsterdamvan 31 januari 2017, nr. AMS 16/5083 V, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank van 8 november 2016 betreffende een besluit ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

Ingevolge artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie neemt de Hoge Raad enkel kennis van het beroep in cassatie tegen uitspraken van de bestuursrechter voor zover dit bij wet is bepaald. Er is geen wettelijke bepaling die beroep in cassatie openstelt tegen een uitspraak van de Rechtbank als de onderhavige, die is gedaan op verzet tegen een met toepassing van artikel 8:54 Awb Pro gedane uitspraak inzake de toepassing van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering. Het beroep in cassatie dient derhalve niet-ontvankelijk te worden verklaard.

2.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 9 juni 2017.
Het door belanghebbende als griffierecht betaalde bedrag van € 124 wordt door de griffier van de Hoge Raad aan belanghebbende teruggegeven.