Uitspraak
[X]te
[Z], Slowakije (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Rechtbank Zeeland-West-Brabantvan 20 januari 2017, nr. BRE 16/5160, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank van 7 oktober 2016.
Hoge Raad
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie van belanghebbende uit Slowakije beoordeeld tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant. Het cassatieberoep betrof een verzet tegen een eerdere uitspraak van de rechtbank.
De Hoge Raad overwoog dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen, omdat de partij die het beroep instelde klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep, dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden. Na overleg met de Procureur-Generaal besloot de Hoge Raad het beroep niet-ontvankelijk te verklaren.
Het arrest is op 9 juni 2017 in het openbaar uitgesproken door de raadsheren Wortel, Groeneveld en Beukers-van Dooren, met de waarnemend griffier Treuren aanwezig. Hiermee is het cassatieberoep definitief afgewezen zonder inhoudelijke behandeling van de klachten.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan voldoende belang of omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.