ECLI:NL:HR:2017:1062

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 juni 2017
Publicatiedatum
8 juni 2017
Zaaknummer
16/02450
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging arrest hof over verdeling huwelijksgemeenschap na echtscheiding

In deze zaak stond de verdeling van de huwelijksgemeenschap na echtscheiding centraal. De vrouw stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof Amsterdam, waarin de verdeling van de gemeenschap was geregeld. De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen van de rechtbank Noord-Holland en het arrest van het hof Amsterdam voor de feitelijke gang van zaken.

De Hoge Raad beoordeelde het cassatieberoep en concludeerde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden. Gezien artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering was nadere motivering niet nodig omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad verwerpt het beroep en bepaalt dat iedere partij de eigen kosten van het cassatieproces draagt. Hiermee wordt het arrest van het hof Amsterdam bekrachtigd en blijft de verdeling van de huwelijksgemeenschap zoals vastgesteld in het hofarrest ongewijzigd.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de vrouw wordt verworpen en het hofarrest wordt bekrachtigd.

Uitspraak

9 juni 2017
Eerste Kamer
16/02450
RM/IF
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[de vrouw],
wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. N.C. van Steijn,
t e g e n
[de man],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. R.W. Keus.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vrouw en de man.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak C/14/135179 / HA ZA 12-59 van de rechtbank Noord-Holland van 4 april 2012 en 9 juli 2014;
b. het arrest in de zaak 200.160.212/01 van het gerechtshof Amsterdam van 26 januari 2016.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De man heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor de man toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
compenseert de kosten van het geding in cassatie aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op
9 juni 2017.