ECLI:NL:HR:2017:1068

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 juni 2017
Publicatiedatum
9 juni 2017
Zaaknummer
16/02774
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 217 RvArt. 218 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep inzake incident tot voeging in hoger beroep

In deze zaak stond een incident tot voeging in hoger beroep centraal, waarbij de vraag speelde wanneer een vordering tot voeging moet worden ingesteld en welk belang daarbij geldt. Het gerechtshof 's-Hertogenbosch had op 5 april 2016 een arrest gewezen dat aan dit arrest is gehecht.

Eisers stelden beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof, maar verweerders verschenen niet. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen, waarop de advocaat van eisers reageerde.

De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. Het beroep werd verworpen en eisers werden veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, welke nihil werden begroot.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eisers worden veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitspraak

9 juni 2017
Eerste Kamer
16/02774
LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [eiser 1],
2. [eiser 2],
3. [eiser 3],
allen wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. K. Aantjes,
t e g e n
1. [verweerster 1],
gevestigd te [vestigingsplaats],
2. [verweerder 2], zowel in hoedanigheid van curator in het faillissement van New Tulip Holding B.V. als pro se,
wonende te [woonplaats],
3. SINT MAARTEN BEHEER B.V.,
gevestigd te Sint Maarten, gemeente Harenkarspel,
4. [verweerder 4],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en [verweerder] c.s.

1.Het geding in feitelijke instantie

Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar het arrest in het incident tot voeging op de voet van artikel 217 Rv Pro in de zaak 200.169.933/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 5 april 2016.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen [verweerder] c.s. is verstek verleend.
De zaak is voor [eiser] c.s. toegelicht door hun advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] c.s. heeft bij brief van 13 april 2017 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] c.s. begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op
9 juni 2017.