ECLI:NL:HR:2017:1085

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 juni 2017
Publicatiedatum
13 juni 2017
Zaaknummer
16/01011
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 37 Gezondheids- en welzijnswet voor dieren (oud)Art. 81 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling wegens onthouden van noodzakelijke verzorging aan hond volgens oude Gezondheids- en welzijnswet voor dieren

In deze strafzaak stond de vraag centraal of de verdachte zich schuldig had gemaakt aan het onthouden van de nodige verzorging aan zijn hond, door het dier urenlang zonder drinkwater aan een paal bij een supermarkt achter te laten. De verdachte werd door het gerechtshof Den Haag veroordeeld op grond van artikel 37 van Pro de oude Gezondheids- en welzijnswet voor dieren.

De verdachte stelde in cassatie onder meer beroep te doen op psychische overmacht, maar de Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden. De Hoge Raad gaf tevens een overzicht van de wetsgeschiedenis van artikel 37 van Pro de oude Gezondheids- en welzijnswet voor dieren en de huidige wetgeving, en verwees naar samenhang met een andere zaak (16/01010).

De Hoge Raad vond geen aanleiding om de zaak nader te motiveren, omdat de middelen niet tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling noodzaakten. Het cassatieberoep werd daarom verworpen en het arrest van het gerechtshof bleef in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen en de veroordeling wegens het onthouden van noodzakelijke verzorging aan zijn hond blijft gehandhaafd.

Uitspraak

13 juni 2017
Strafkamer
nr. S 16/01011
DAZ/CB
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 12 februari 2016, nummer 22/001916-15, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M. Wezepoel, advocaat te Nootdorp, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsvrouwe heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
13 juni 2017.