Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
3.Slotsom
4.Beslissing
27 juni 2017.
Hoge Raad
De zaak betreft een beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch inzake diefstal van een auto. De verdachte werd ervan verdacht tussen 20 oktober en 9 december 2014 in Nederland een Volkswagen Passat te hebben weggenomen met wederrechtelijk toe-eigeningsbedoeling.
De bewezenverklaring steunde op aangifte, politiebevindingen en het verhoor van de verdachte. De aangifte betrof diefstal van een auto geparkeerd op een carpoolplaats nabij afrit 27 Moerdijk. Politieagenten troffen de auto later in Eindhoven aan met de verdachte als bestuurder. De verdachte verklaarde de auto te hebben gestart met een schroevendraaier en deze voor langere tijd te willen gebruiken.
De Hoge Raad oordeelt dat uit de bewijsmiddelen niet zonder meer kan worden afgeleid dat de diefstal daadwerkelijk in Nederland heeft plaatsgevonden. Hierdoor is de bewezenverklaring onvoldoende gemotiveerd en voldoet het arrest niet aan de eis der wet. Het middel van de verdachte is gegrond verklaard.
De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde behandeling op het bestaande hoger beroep. De uitspraak is gewezen door de vice-president en raadsheren op 27 juni 2017.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.