Uitspraak
1.De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
2.De aanvraag tot herziening
3.Beoordeling van de aanvraag
27 juni 2017.
Hoge Raad
De zaak betreft een verzoek tot herziening van een vonnis van de kantonrechter Rotterdam waarbij de verdachte is veroordeeld voor het in staat van dronkenschap belemmeren van het verkeer, de orde en de veiligheid (art. 426 lid 1 Sr Pro). De verdachte was tevens veroordeeld voor openbare dronkenschap (art. 453 Sr Pro) in een aparte zaak van dezelfde datum.
In hoger beroep werd de verdachte vrijgesproken van de overtreding van art. 453 Sr Pro, terwijl het hoger beroep tegen de veroordeling voor art. 426 lid 1 Sr Pro niet-ontvankelijk werd verklaard. De verdachte verzocht vervolgens om herziening van het vonnis betreffende art. 426 lid 1 Sr Pro, stellende dat de vrijspraak in de andere zaak een grond voor herziening zou vormen op basis van art. 457 lid 1 onder Pro a en c Sv.
De Hoge Raad oordeelt dat de herzieningsgrond onder a Sv niet van toepassing is omdat er geen tegenstrijdige bewezenverklaringen zijn, aangezien in één zaak vrijspraak is uitgesproken. Ook de grond onder c Sv faalt omdat een vrijspraak in een andere strafzaak niet als nieuw gegeven kan dienen voor herziening, tenzij bijzondere omstandigheden dat aantonen, welke hier ontbreken. Daarom wordt de herzieningsaanvraag afgewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het verzoek tot herziening af omdat de vrijspraak in een andere strafzaak geen grond vormt voor herziening.