ECLI:NL:HR:2017:1177

Hoge Raad

Datum uitspraak
30 juni 2017
Publicatiedatum
29 juni 2017
Zaaknummer
16/05181
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatieAlgemene wet inzake rijksbelastingen art. 52Algemene wet inzake rijksbelastingen art. 52a
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt uitspraak over informatiebeschikking in erfbelastingzaak

De zaak betreft een cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden over een informatiebeschikking die was gegeven ten aanzien van de nalatenschap van een overledene.

Belanghebbenden, de erfgenamen van de overledene, hadden hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland. De Staatssecretaris stelde in cassatie één middel voor, dat door de Hoge Raad niet ontvankelijk werd geacht omdat het geen rechtsvragen bevatte die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad veroordeelde de Staatssecretaris in de proceskosten van het cassatiegeding, vastgesteld op € 990 voor beroepsmatige rechtsbijstand, en legde tevens griffierecht van € 503 op. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren op 30 juni 2017.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën wordt ongegrond verklaard en hij wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

30 juni 2017
Nr. 16/05181
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
de Staatssecretaris van Financiëntegen de uitspraak van het
Gerechtshof Arnhem-Leeuwardenvan 13 september 2016, nr. 15/00593, op het hoger beroep van de Inspecteur en het incidentele hoger beroep van
de erfgenamen van [X], gewoond hebbende te
[Z](hierna: belanghebbenden) tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland (nr. LEE 13/3146) betreffende een ten aanzien van erflater gegeven informatiebeschikking.

1.Geding in cassatie

De Staatssecretaris heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een middel voorgesteld.
Belanghebbenden hebben een verweerschrift ingediend.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Staatssecretaris zal worden veroordeeld in de kosten van cassatie.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verklaart het beroep in cassatie ongegrond, en
veroordeelt de Staatssecretaris van Financiën in de kosten van het geding in cassatie aan de zijde van belanghebbenden, vastgesteld op € 990 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 30 juni 2017.
Van de Staatssecretaris wordt een griffierecht geheven van € 503.