Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Beoordeling van het eerste middel
4.Slotsom
5.Beslissing
4 juli 2017.
Hoge Raad
De verdachte stond terecht voor het plegen van ontuchtige handelingen met een pleegkind in de periode van augustus tot oktober 2011. Het hof bevestigde de bewezenverklaring en strafoplegging, waarbij het bewijs bestond uit verklaringen van het slachtoffer, e-mail- en chatberichten, en foto’s op de computer van verdachte.
De verdediging verzocht het hof om meerdere getuigen te horen die ontlastende verklaringen zouden kunnen afleggen. Dit verzoek werd door het hof afgewezen wegens onvoldoende motivatie en het feit dat de getuigen niet aanwezig waren bij het ten laste gelegde.
De Hoge Raad oordeelde dat deze afwijzing onbegrijpelijk is omdat het ontbreken van aanwezigheid bij het ten laste gelegde niet automatisch betekent dat de getuigenverklaringen niet relevant zijn voor de betwisting van het ten laste gelegde. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest voor zover het de bewezenverklaring en strafoplegging betreft en wees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde behandeling. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest wegens onvoldoende gemotiveerde afwijzing getuigenverzoek en wijst zaak terug voor hernieuwde behandeling.