ECLI:NL:HR:2017:1260

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 juli 2017
Publicatiedatum
6 juli 2017
Zaaknummer
17/01770
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroepen in cassatie niet-ontvankelijk in belastingrechtelijke bestuurszaak

De zaak betreft beroepen in cassatie van belanghebbende tegen uitspraken van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in belastingrechtelijke bestuurszaken. Belanghebbende had verzet aangetekend tegen eerdere uitspraken van de rechtbank.

De Hoge Raad beoordeelde de ontvankelijkheid van de cassatieberoepen en oordeelde dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit omdat belanghebbende klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij de beroepen dan wel omdat de klachten evident niet tot cassatie kunnen leiden.

Gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na advies van de Procureur-Generaal verklaarde de Hoge Raad de beroepen in cassatie niet-ontvankelijk. Het arrest is op 7 juli 2017 in het openbaar uitgesproken door de raadsheer Wortel als voorzitter, samen met de raadsheren Groeneveld en Beukers-van Dooren.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de beroepen in cassatie niet-ontvankelijk.

Uitspraak

7 juli 2017
Nrs. 17/01627 en 17/01770
Arrest
gewezen op de beroepen in cassatie van
[X]te
[Z], Slowakije (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Rechtbank Zeeland-West-Brabantvan 24 februari 2017, nrs. BRE 16/1860 en BRE 16/1862, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank van 11 november 2016.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van de beroepen in cassatie

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die de cassatieberoepen heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij de cassatieberoepen dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur‑Generaal – de beroepen in cassatie niet‑ontvankelijk verklaren.

2.Beslissing

De Hoge Raad verklaart de beroepen in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 7 juli 2017.