Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Tenlastelegging en motivering van de gegeven vrijspraak
3.Juridisch kader
4.Beoordeling van het middel
5.Slotsom
6.Beslissing
4 juli 2017.
Hoge Raad
Op 5 december 2011 vond bij verdachte een bedrijfsongeval plaats waarbij tijdens het mengen van chemische stoffen een onbedoelde reactie leidde tot een drukverhoging en het falen van een mangatdeksel, met het vrijkomen van gevaarlijke stoffen. Verdachte werd beschuldigd van het niet treffen van alle noodzakelijke maatregelen ter voorkoming van zware ongevallen zoals vereist in het Besluit risico's zware ongevallen 1999.
Het hof sprak verdachte vrij omdat het niet kon worden bewezen dat het incident had kunnen uitgroeien tot een zwaar ongeval, mede vanwege onduidelijkheden over de drukopbouw en blootstelling aan gevaarlijke stoffen. De Hoge Raad oordeelde echter dat het hof ten onrechte een voorwaarde stelde die niet in het Besluit is opgenomen, namelijk dat het incident had moeten kunnen uitgroeien tot een zwaar ongeval.
De Hoge Raad benadrukte dat de zorgplicht uit art. 5 lid 1 van Pro het Besluit een zelfstandige verplichting is die niet afhankelijk is van het plaatsvinden of kunnen plaatsvinden van een zwaar ongeval. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling op basis van het juiste juridische kader.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de vrijspraak en verwijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling.