Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Beoordeling van het derde middel
4.Slotsom
5.Beslissing
27 juni 2017.
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin aan verdachte meerdere schadevergoedingsmaatregelen waren opgelegd met elk een vervangende hechtenis van 365 dagen bij niet-betaling.
De kern van het geschil betrof de vraag of de totale duur van de vervangende hechtenis bij samenloop van meerdere betalingsverplichtingen de wettelijke maximumduur van één jaar mocht overschrijden. Volgens de Hoge Raad dient bij samenloop van vervangende hechtenis op grond van art. 60a Sr jo. art. 24c Sr de totale duur gezamenlijk maximaal één jaar te bedragen.
De Hoge Raad vernietigde het bestreden arrest uitsluitend voor wat betreft de duur van de vervangende hechtenis en beperkte deze tot het wettelijk maximum van één jaar. De vervangende hechtenis werd verdeeld in 253 dagen voor de eerste betalingsverplichting en 112 dagen voor de tweede, samen één jaar.
Voor de overige onderdelen van het beroep werd het cassatieberoep verworpen. Hiermee werd bevestigd dat de rechter bij het opleggen van meerdere schadevergoedingsmaatregelen de totale duur van vervangende hechtenis dient te beperken tot het wettelijke maximum.
Uitkomst: De vervangende hechtenis bij meerdere schadevergoedingsmaatregelen is wettelijk beperkt tot maximaal één jaar.