ECLI:NL:HR:2017:1287

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 juli 2017
Publicatiedatum
10 juli 2017
Zaaknummer
15/04060
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt medeplegen doodslag na val door glasruit

In deze strafzaak stond de vraag centraal of verdachte medepleger was van doodslag. Het gerechtshof Den Haag had verdachte veroordeeld wegens medeplegen van doodslag nadat het slachtoffer door een makkelijk te breken draadglasruit viel en op de stenen grond terechtkwam, hetgeen de dood tot gevolg had.

De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van verdachte tegen dit arrest. De advocaat-generaal had geconcludeerd tot verwerping van het beroep, en de raadsman van verdachte had hier schriftelijk op gereageerd.

De Hoge Raad oordeelde dat de middelen van cassatie niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Het arrest bevestigt dat er sprake was van opzet op de dood en een causaal verband tussen de gedragingen van verdachte en medeverdachte en het overlijden van het slachtoffer. Het cassatieberoep werd verworpen en het arrest van het gerechtshof bleef in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor medeplegen van doodslag wordt bevestigd.

Uitspraak

11 juli 2017
Strafkamer
nr. S 15/04060
SG/KD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 18 augustus 2015, nummer 22/002510-14, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.I. Takens, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
11 juli 2017.