Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Beslissing
11 juli 2017.
Hoge Raad
Deze zaak betreft een beroep in cassatie tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba. De verdachte werd veroordeeld voor dood door schuld in het verkeer op Curaçao, waarbij het hof oordeelde dat hij aanmerkelijk onoplettend had gereden, wat de botsing met een voetgangster veroorzaakte.
De verdediging stelde een middel van cassatie in, gericht op bewijsklachten over het oordeel van het hof dat verdachte met een hogere snelheid dan de toegestane 60 km/u reed. De Hoge Raad constateerde dat het hof bij kennelijke vergissing deze hogere snelheid uit de bewezenverklaring had weggestreept, maar dat de bewezenverklaring met herstel van deze misslag gelezen kon worden.
De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat het middel geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling opriep. Het cassatieberoep werd verworpen en het arrest werd uitgesproken op 11 juli 2017.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling voor dood door schuld in het verkeer.