Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
11 juli 2017.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam inzake verduistering van een huurauto. Verdachte had de huurauto na afloop van de huurperiode niet teruggegeven aan het verhuurbedrijf, hetgeen werd aangemerkt als verduistering onder artikel 321 Sr Pro.
De verdediging voerde onder meer klachten aan over het bewijs van wederrechtelijke toe-eigening en het opzet van verdachte. De Advocaat-Generaal concludeerde tot verwerping van het cassatieberoep.
De Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was, omdat de middelen geen rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling opriepen.
Het beroep werd derhalve verworpen en het arrest van het hof bevestigd. Hiermee blijft de veroordeling van verdachte voor verduistering in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het hof bevestigd.