ECLI:NL:HR:2017:136

Hoge Raad

Datum uitspraak
3 februari 2017
Publicatiedatum
2 februari 2017
Zaaknummer
16/04120
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk inzake informatiebeschikking belastingjaren 2004 en 2005

In deze zaak is het beroep in cassatie ingesteld door belanghebbende tegen een uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 30 juni 2016, betreffende een informatiebeschikking voor de belastingjaren 2004 en 2005.

De Hoge Raad heeft beoordeeld of het cassatieberoep ontvankelijk is. Hierbij is overwogen dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen, omdat belanghebbende klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep of omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.

Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na advies van de Procureur-Generaal is het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. Het arrest is op 3 februari 2017 in het openbaar uitgesproken door de raadsheren C. Schaap (voorzitter), Th. Groeneveld en J. Wortel.

Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende belang en gebrek aan kans van slagen.

Uitspraak

3 februari 2017
Nr. 16/04120
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof ’s-Hertogenboschvan 30 juni 2016, nr. 14/00946, betreffende een ten aanzien van belanghebbende gegeven informatiebeschikking voor de jaren 2004 en 2005.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur‑Generaal – het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk verklaren.

2.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 3 februari 2017.