Uitspraak
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Rechtbank Gelderlandvan 28 juli 2016, nr. AWB 15/6583, op het verzet van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank van 26 april 2016.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie behandeld dat was ingesteld door belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland. Het cassatieberoep betrof een verzet tegen een eerdere uitspraak van de rechtbank.
De Hoge Raad heeft beoordeeld dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit is omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep, dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na advies van de Procureur-Generaal heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. Het arrest is op 3 februari 2017 in het openbaar uitgesproken door de raadsheren C. Schaap, Th. Groeneveld en J. Wortel.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang of onvoldoende gronden.