Uitspraak
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
3 februari 2017.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze zaak staat de aansprakelijkheid centraal voor het sluiten van een koopovereenkomst namens een vennootschap die op dat moment nog niet bestond. De koopovereenkomst werd gesloten door een vertegenwoordiger van Frère Vastgoedprojecten B.V., die toen nog in oprichting was. De vraag was of de vennootschap door bekrachtiging achteraf de overeenkomst rechtsgeldig kon maken en of de vertegenwoordiger persoonlijk aansprakelijk was.
De rechtbank en het hof oordeelden dat Frère toerekenbaar tekortgeschoten was in de nakoming van de koopovereenkomst en aansprakelijk was voor de schade van eiseres. Het hof stelde dat de bekrachtiging door de oprichtingsakte terugwerkende kracht had en dat eiseres niet mocht aannemen dat de vertegenwoordiger persoonlijk partij was.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof omdat het hof niet had vastgesteld dat de bekrachtiging tot de wederpartij was gericht en haar had bereikt, zoals vereist volgens de artikelen 3:69, 3:33 en 3:37 BW. Ook kon het oordeel dat de vertegenwoordiger niet onrechtmatig had gehandeld niet blijven staan. De zaak wordt verwezen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor verdere behandeling.
De Hoge Raad veroordeelt de vertegenwoordiger in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor verdere behandeling.