Uitspraak
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Amsterdamvan 6 april 2017, nr. 16/00166, betreffende een aan belanghebbende voor het jaar 2013 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.
Hoge Raad
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam over een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voor het jaar 2013. De Hoge Raad beoordeelde de ontvankelijkheid van dit beroep.
Uit het procesdossier bleek dat de uitspraak van het hof op 11 april 2017 aan partijen was verzonden. Het beroepschrift in cassatie werd echter pas op 29 mei 2017 ontvangen, na het verstrijken van de in artikel 6:7 Awb Pro gestelde termijn van zes weken, die op 23 mei 2017 eindigde. Ook was het beroep niet tijdig ingediend volgens artikel 6:9, lid 2, Awb.
De Hoge Raad gaf belanghebbende de gelegenheid om redenen voor de overschrijding aan te voeren, maar deze werden niet als gegrond beoordeeld. Daarom werd het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. Er werden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd.
Het arrest werd op 11 augustus 2017 uitgesproken door raadsheren Wortel, Groeneveld en Beukers-van Dooren.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.