Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Bewezenverklaring en bewijsvoering
3.Beoordeling van het eerste en het tweede middel
4.Beoordeling van het derde middel
5.Slotsom
6 Beslissing
7 februari 2017.
Hoge Raad
De verdachte werd door het Hof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld wegens het opzettelijk doden van een persoon en poging tot doodslag op een ander, beide gepleegd met een mes in Almelo op 24 januari 2015. De verdachte voerde in hoger beroep een beroep op noodweer en noodweerexces aan.
Het Hof verwierp dit verweer omdat het niet aannemelijk was dat sprake was van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding. De verdachte zou zelf de voordeur hebben geopend en daarmee de confrontatie hebben gezocht. Het Hof achtte de verklaring dat het slachtoffer een mes bij zich had ongeloofwaardig.
De Hoge Raad oordeelt dat het Hof onvoldoende gemotiveerd heeft waarom het verweer dat de noodweersituatie al was ontstaan voordat de verdachte de voordeur opende, werd verworpen. Hierdoor is de motivering van de verwerping van het noodweerexces ontoereikend. De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug naar het Hof Arnhem-Leeuwarden voor hernieuwde berechting en beslissing.
Uitkomst: Het arrest van het Hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting wegens onvoldoende motivering van de verwerping van het noodweerexcesverweer.