ECLI:NL:HR:2017:188

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 februari 2017
Publicatiedatum
9 februari 2017
Zaaknummer
16/04446
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80 Wet werk en bijstand
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond in zaak Wet werk en bijstand

Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep, die zelf het hoger beroep behandelde tegen een uitspraak van de Rechtbank Rotterdam over besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam op grond van de Wet werk en bijstand.

De Hoge Raad beoordeelde de klachten van belanghebbende en stelde vast dat het cassatieberoep niet gericht was op schending of verkeerde toepassing van de relevante bepalingen van artikel 3, tweede tot en met vijfde lid, van de Wet werk en bijstand, zoals vereist volgens artikel 80, lid 1, van die wet.

Daarom konden de klachten niet tot cassatie leiden en verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie ongegrond. Er werden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd.

Het arrest werd uitgesproken door de raadsheren C. Schaap (voorzitter), Th. Groeneveld en J. Wortel, in aanwezigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, op 10 februari 2017.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van een toelaatbare klacht.

Uitspraak

10 februari 2017
Nr. 16/04446
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Centrale Raad van Beroepvan 26 juli 2016, nrs. 14/6540 WWB en 15/506 WWB, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Rotterdam (nr. 13/6511) betreffende besluiten van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam ingevolge de Wet werk en bijstand.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Centrale Raad beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.

2.Beoordeling van de klachten

Ingevolge artikel 80, lid 1, van de Wet werk en bijstand kan beroep in cassatie worden ingesteld tegen uitspraken van de Centrale Raad ter zake van schending of verkeerde toepassing van artikel 3, tweede tot en met het vijfde lid, en de daarop berustende bepalingen van die wet.
Het onderhavige cassatieberoep behelst niet een klacht ter zake van schending of verkeerde toepassing van voormelde bepalingen. De klachten kunnen derhalve niet tot cassatie leiden.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 10 februari 2017.