Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Bewezenverklaring en motivering van het ontslag van alle rechtsvervolging
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
14 februari 2017.
Hoge Raad
De zaak betreft het cassatieberoep van het Openbaar Ministerie tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam, waarin de verdachte werd ontslagen van alle rechtsvervolging wegens het ter verspreiding in voorraad hebben van het boek Mein Kampf. Het Hof had geoordeeld dat een veroordeling in dit geval in strijd zou zijn met het recht op vrije meningsuiting zoals beschermd door artikel 10 van Pro het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).
Het Hof stelde vast dat het bezit van enkele originele exemplaren uit de jaren dertig van de vorige eeuw, met het oog op hun historische betekenis, niet gelijkgesteld kon worden met het aanhangen of propageren van het nazistische gedachtegoed. Daarbij speelde mee dat de tekst van Mein Kampf reeds vrijelijk beschikbaar is in bibliotheken en op internet, en dat er een maatschappelijk debat bestaat over de wijze van verspreiding van het boek.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het Hof dat een veroordeling in deze omstandigheden niet noodzakelijk is in een democratische samenleving en dat toepassing van artikel 137e Sr in dit geval niet verenigbaar is met artikel 10 EVRM Pro. Het beroep van het Openbaar Ministerie werd verworpen en het ontslag van alle rechtsvervolging gehandhaafd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt het ontslag van alle rechtsvervolging wegens het ter verspreiding in voorraad hebben van het boek Mein Kampf vanwege het recht op vrije meningsuiting.