ECLI:NL:HR:2017:2227

Hoge Raad

Datum uitspraak
15 september 2017
Publicatiedatum
4 september 2017
Zaaknummer
16/02745
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 310 BWArt. 6:89 BWArt. 7:611 BWArt. 24 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt vernietiging pensioenregeling wegens onjuiste informatie werkgever

In deze zaak stond de geldigheid van een nieuwe pensioenregeling centraal, die door de werkgever was ingevoerd. Eiser stelde dat de werkgever onjuiste informatie had verstrekt over de gevolgen van de overstap naar deze regeling, waardoor sprake was van dwaling. De rechtbank en het gerechtshof hadden de vernietiging van de pensioenregeling bevestigd.

Het geding in cassatie betrof het beroep van eiser tegen het arrest van het gerechtshof Den Haag van 16 februari 2016. Verweerder c.s. stelde voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep in. De Hoge Raad verwees naar eerdere vonnissen en arresten voor het geding in feitelijke instanties.

De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van eiser niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat geen rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. Het voorwaardelijk incidentele beroep werd niet behandeld omdat het principale beroep faalde.

De Hoge Raad wees het cassatieberoep af en veroordeelde eiser in de kosten van het geding. Hiermee werd de vernietiging van de pensioenregeling bevestigd wegens de onjuiste informatie van de werkgever over de gevolgen van de overstap.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en de vernietiging van de pensioenregeling bevestigd.

Uitspraak

15 september 2017
Eerste Kamer
16/02745
RM/LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. GRINDACC B.V.,
gevestigd te Oud-Beijerland,
2. PF TRIPPLE A B.V.,
gevestigd te Delft,
3. LOART AUDIT B.V.,
gevestigd te Capelle aan den IJssel,
EISERESSEN tot cassatie, verweersters in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. H.J.W. Alt,
t e g e n
1. [verweerder 1],
wonende te [woonplaats],
2. [verweerder 2],
wonende te [woonplaats],
3. [verweerder 3],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie, eisers in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaten: mr. R.P.J.L. Tjittes en mr. F.M. Dekker.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerder] c.s.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 1279993 CV EXPL 11-56012 van de kantonrechter te Rotterdam van 25 november 2011, 20 december 2011 en 15 februari 2013;
b. de arresten in de zaak 200.127.629/01 (en 200.148.469/01) van het gerechtshof Den Haag van 8 april 2014 en 16 februari 2016.
Het arrest van het hof van 16 februari 2016 is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen laatstgenoemd arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. [verweerder] c.s. hebben voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld.
De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal R.H. de Bock strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 23 juni 2017 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel in het principale beroep

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het principale beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] c.s. begroot op € 396,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, G. de Groot, M.V. Polak en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
15 september 2017.