ECLI:NL:HR:2017:2273

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 september 2017
Publicatiedatum
7 september 2017
Zaaknummer
16/04222
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in aansprakelijkheidszaak verkeersongeval

In deze zaak vordert eiser schadevergoeding van Allianz Benelux, verzekeraar van de aansprakelijke partij bij een verkeersongeval. Eiser stelde dat de aansprakelijkheid en het causaal verband tussen het ongeval en de schade onvoldoende waren erkend door de lagere rechterlijke instanties.

De rechtbank Limburg en het gerechtshof ’s-Hertogenbosch behandelden de zaak eerder en oordeelden in het nadeel van eiser. Tegen deze uitspraken stelde eiser beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad overwoog dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat het niet noodzakelijk was om de rechtsvragen nader te motiveren, aangezien deze niet van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het cassatieberoep werd daarom verworpen.

Eiser werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten van Allianz Benelux, inclusief wettelijke rente indien niet tijdig voldaan. Hiermee blijft de aansprakelijkheid en de beoordeling van het causaal verband zoals vastgesteld door de lagere rechter gehandhaafd.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en hij wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

8 september 2017
Eerste Kamer
16/04222
LZ/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. K. Aantjes,
t e g e n
ALLIANZ BENELUX N.V., voorheen genaamd London Verzekeringen N.V.,
gevestigd te Brussel, België,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. R.S. Meijer.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en Allianz.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak C/03/156598/HA ZA 10-1306 van de rechtbank Limburg van 6 juni 2012 en 25 september 2013;
b. het arrest in de zaak HD 200.136.347 van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 17 december 2013 en 17 mei 2016.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen de arresten van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Allianz heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep en vordert wettelijke rente over de toe te wijzen proceskosten.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor Allianz mede door mr. J.R.M. Nelen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 7 juli 2017 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Allianz begroot op € 6.590,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
8 september 2017.